2026: Schijnzelfstandigheid ZZP

De Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) regelt sinds 2016 de samenwerking tussen zzp’ers en opdrachtgevers, met als doel om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Dit houdt in dat opdrachtgevers en zzp’ers samen verantwoordelijk zijn voor een juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie. Is er feitelijk sprake van een dienstverband, dan mag geen gebruik gemaakt worden van zzp-constructies. Hierdoor zijn modelovereenkomsten belangrijk, zodat duidelijk blijkt of de zzp’er echt zelfstandig werkt zonder leiding of gezag van de opdrachtgever.

Vanaf 2025 wordt de handhaving op schijnzelfstandigheid aanzienlijk strenger: de Belastingdienst kan dan naheffingen én boetes opleggen als geen correcte afspraken worden gemaakt. Eerst wordt gefocust op risicosectoren als zorg, kinderopvang en bouw.


Voor 2026 staat de invoering van de Wet VBAR gepland. Deze wet beoogt de beoordeling van arbeidsrelaties verder te verduidelijken en scherpt het onderscheid tussen zzp’er en werknemer aan. Zo worden de handhaving, controles én definitie van zelfstandig ondernemerschap verder aangescherpt, mogelijk inclusief nieuwe grenzen in uurtarief en aanvullende criteria.


De Belastingdienst deelt vanaf 2026 daadwerkelijk boetes uit bij overtredingen van de Wet DBA. Naast naheffing van loonheffing kan een boetebedrag volgen bij verkapte dienstverbanden.